Cremeren in Nederland
De laatste dertig jaar is het aantal crematies sterk gestegen. In 2003 vonden in ons land voor het eerst meer crematies (50,9 %) dan begrafenissen plaats.
Cremeren mocht vroeger alleen bij epidemieën, veldslagen en als ketterverbranding. Cremeren is echter zo oud als de mensheid. In de Bronstijd werden al urnen in hunebedden bijgezet. In de vorige eeuw en de eerste helft van deze eeuw bestond er uit geloofsovertuiging veel tegenstand tegen cremeren. Door de dode te begraven in plaats van te verbranden, 'bleef het lichaam intact en stond niets de wederopstanding en het eeuwige leven in de weg'.
Voorstanders cremeren
Rond 1850 gingen in West-Europa voorstanders van crematie zich organiseren. Ze kregen steun van de medische wereld, die vanwege hygiëne en ruimtegebrek de voorkeur gaf aan crematie. De Nederlandse wet stond lijkverbranding niet toe. In Frankrijk, Italië en Duitsland was cremeren al wel mogelijk. Zo werd de Nederlandse schrijver Eduard Douwes Dekker (Multatuli) in Gotha (Duitsland) gecremeerd. Voor zover bekend, is hij de eerste Nederlander die gecremeerd werd.
|