|
|
Wet op de Lijkbezorging
Begrafeniswet 1869
In de Begrafeniswet van 1869 stond dat alle overledenen begraven moesten worden. Er zat echter een leemte in de wet. Crematie werd weliswaar verboden, maar de strafrechtelijke sancties ontbraken. Hiervan maakten voorstanders van crematie dankbaar gebruik.
In 1874 werd 'De vereniging tot invoering der Lijkverbranding in Nederland' - later de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie - opgericht. Deze had als doel cremeren in Nederland mogelijk te maken. De eerste crematie in Nederland vond plaats op 1 april 1914 in het toenmalige Crematorium Westerveld (net als Crematorium Dieren deel van ‘de Facultatieve Groep’) in het Noord-Hollandse Driehuis. Die crematie was illegaal, omdat er in de toen geldende Begrafeniswet van 1869 nog geen woord stond over lijkverbranding. Pas in 1955 werd crematie wettelijk toegestaan.
Wet op de Lijkbezorging 1955
In 1949 stelde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken J.H. van Maarseveen een commissie in, die advies moest uitbrengen over wijzigingen in de Begrafeniswet. In deze commissie zaten zowel voor- als tegenstanders van lijkverbranding. Zij ontwierpen een wetsvoorstel met crematie als legale mogelijkheid. Deze 'Wet op de Lijkbezorging' werd in 1955 aangenomen.
Tegenwoordig is cremeren een gelijkwaardig alternatief voor begraven. Steeds meer mensen geven er de voorkeur aan. Momenteel kiest iets meer dan de helft van de Nederlanders voor crematie.
Wet op de Lijkbezorging 1991
Pas met het aannemen van de herziening van de Wet op de Lijkbezorging in juni 1991 zijn cremeren en begraven - 77 jaar na de eerste crematie - wettelijk gelijk gesteld. Door deze herziening is het ook mogelijk om de overledene zonder kist te cremeren.
|
|
|
|